Achtergrond

Binnen de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking weegt kosteneffectiviteit steeds zwaarder. Zorgverleners werkzaam in het primaire proces worden gestimuleerd te werken volgens systematische richtlijnen en protocollen. Het opbouwen en onderhouden van een betekenisvolle relatie tussen de cliënt met een verstandelijke beperking en de zorgverlener kan hierdoor onder druk komen te staan. Verbinding kunnen maken met en af kunnen stemmen op de cliënt vanuit persoonlijke betrokkenheid wordt steeds vaker gezien als voorwaarde voor professionaliteit en vakbekwaamheid (Ackerman & Hilsenroth, 2003; Wuertz & Reinders, 2009). Het zijn met name kwaliteiten op het gebied van professionele attitude die van invloed zijn op het maken van verbinding met en het afstemmen op de cliënt. In de scholing van zorgverleners ligt de focus voornamelijk op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden. Een competente zorgverlener zal echter van alle competentiegebieden (kennis, vaardigheden en attitude) gebruik moeten maken om zich te ontwikkelen tot een bekwaam en betrokken zorgverlener (Embregts, 2011; Kauffeld, 2006). De training Menslievende professionalisering in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking richt zich op de ontwikkeling van een menslievende beroepsattitude van zorgverleners in het primaire proces.

“Ze (zorgverlener) ziet ons dus als mens. En dus niet dat verstandelijk gehandicapt gedoe. Ik ben een mens.”

Training Menslievende professionalisering

In haar intreerede als lector ‘Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking’ aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen legde prof. dr. Petri Embregts het fundament voor de training Menslievende professionalisering in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. De inhoud van de training is tot stand gekomen op basis van door dit lectoraat ontwikkelde modules Ouders centraal; (erken) mij en mijn kind (van der Meer, Embregts & Hendriks, 2011); Zie mij als mens (Roeleveld, Embregts, Hendriks & van den Bogaard, 2011) en Menslievende professionalisering van (toekomstige) beroepskrachten (Hermsen, Embregts, Hendriks & Frielink, 2012).